Reparaties.... voor het eerst deze reis. Een lier die het niet meer doet, diesellekkage en een gebroken neerhouder, dus niets schokkends, maar je bent er zo een dag mee zoet. Geeft niets, want morgen waait het weer de goede kant uit volgens de weermannen, die zich weer aan voorspellingen wagen. En dat ziet er goed uit ZW 4, wind mee en met zijn drieen gaan wij op stap naar Boulogne, kleine etappes vanaf nu, een nacht op zee, lekker relaxt want volgende week moeten we werken.
Buiten waait het heel zachtjes en dan gaat, tot vreugde van Amati en Remmelt, de genneaker erop. Stoer, zo'n zeil van 120 vierkante meter. Heerlijk zeilen bovendien en weinig golven, la mer est belle vandaag. Later valt de wind helemaal weg en op de stroom dobberen we verder ..... motoren is vandaag voor watjes, met onze genneaker vangen we elk klein restje wind .... tja tot ook die slap naar beneden hangt... drijven, dobberen, zuchtje wind, gijpen andere kant en dan nog een keer hetzelfde spelletje over de ander boeg...... na 3 uur zijn we het zat en gaat toch de motor aan. Remmelt is opgelucht, wij zijn weer bestuurbaar en het gaat de kant op die wij willen. s ’Avonds zijn wij maar 30 mijl opgeschoten; wat gaat het traag.... en dan, ja dan gaat het waaien, aarzelend, eerst een beetje, schuchter uit het westen, alsof de wind een beetje op moet starten. Maar wij weten zeker, dit gaat harde wind worden want het stormt nog steeds in Fitzroy, Sole, Fastnet en Plymouth en de depressie duikt het kanaal in. Wel minder heftig, maar toch, binnen het uur staat er een dikke 5 uit het westen en zeilen wij halve wind 7.5 knopen. Dat is andere koek, golven vormen zich, de zee komt tot leven, de deining wordt hoger, te hoog voor deze wind, die langzaam, bijna ongemerkt toe blijft nemen. Kluiver half, 2de rif en wij doorklieven de golven, denderen naar Boulogne. De zon schijnt en kleurt de krijtrotsen helder wit, elke keer weer ben ik verbaasd hoe dicht Engeland en Frankrijk bij elkaar liggen. En wat is dat, oh ja, weer zo'n grijs oorlogschip, dat vaart zet onze kant uit, soms zou ik deze jochies, die de douane boot bemannen gewoon een dreun om de oren willen geven en naar huis sturen; zo van val je moeder maar lastig maar hou op met deze intimidatiepraktijken. Opeens wijzigt hij koers en gaat recht op een ander zeiljacht af dat net aan de horizon is verschenen, gelukkig maar voor ons, want wij hebben iets anders aan ons hoofd. Boulogne ligt aan lager wal en wij moeten in deze zeegang goed mikken om hier binnen te lopen. Wij strijken de fok en de kluiver en lopen enkel met een dubbel gereefd grootzeil nog steeds 7.5 knoop voor de wind richting havenhoofden. De deining is hoog, hier en daar een breker, met Amati aan het roer denderen wij de steeds hoger wordende golven af...... lastig sturen, hier mag je geen fout maken, dwarsvallen is echt gevaarlijk... maar geroutineerd, alsof dat dagelijkse kost is spuien wij zo met z’n drieen de haven in, de golven spuugen ons uit, een gijp tussen de pieren en dan daalt de rust over de boot. Een kwartiertje later hebben wij afgemeerd langszij een nederlands jacht...... en wie komt eraan, ja je gelooft het niet, een grote, zeewaardige rubberboot met 6 behelmde, grimmig uitziende, bewapende mannen aan boord. Snel kijken wij de andere kant uit, maar nee, ze hebben al afgemeerd, lopen over de steiger onze kant uit, eentje zit al op de boot van de buurman.... maar voordat hij zijn mond kan openen roept Amati met haar meest verleidelijke glimlach en haar stralendste ogen, in voorbeeldig frans-nederlands dat wij al gecontroleerd zijn. Ik zie de dappere man aarzelen, maar dan geeft hij zich gewonnen, ook hij bezwijkt onder Amati's charme en keert richting steiger. Opeens steekt de buurman zijn hoofd uit het luik en gaat in de aanval. Hij is boos dat bewapende mannen, zonder het te vragen over zijn schip lopen. Er zijn vier kinderen op zijn schip en die schrikken zich rot over zo veel machtsvertoon. Verstandig is het niet, maar stoutmoedig gaat onze buurman een verloren strijd aan. De douane ruikt bloed en blijkbaar zijn niet alle papieren in orde, hij weigert de boete te betalen en wordt, voor de ogen van zijn kinderen, afgevoerd in de rubberboot. Verenigd Europa, liberté, wat is er toch aan de hand met deze anachronisten?
Gelukkig is hij dezelfde avond weer thuis maar wordt gesommeerd om La France onmiddelijk te verlaten.
Wij gaan ook, niet omdat ze ons het land uitjagen; maar omdat er alweer slecht weer op komst is en dat willen wij voorblijven. Met de stroom en de wind mee een korte etappe naar Duinkerken, even slapen en heel vroeg in de ochtend naar Oostende...... Oostende dat klinkt al verschikkelijk dicht bij huis, wat gaat dat opeens snel... Het gaat ook snel, met een oostenwind kracht 4 en Jacques Brel, die keihard uit de boxen knalt, zijn liefde voor België verklaart en zijn haat voor de burgerkliek ventileert... wij mijmeren over de verscheurdheid van België.... en vinden de oplossing voor de problemen, door het luisteren naar de gevoelige muziek van Jaques Brel verplicht te stellen voor ieder parlementslid.
Wat mij het meest raakt in Oostende zijn de levenloosheid en de massale aanwezigheid van dikke buiken.... het lijkt wel alsof de vreugde en levendigheid uit de mensen zijn vertrokken, alsof ze zijn afgeknepen....weinig lachen, weinig plezier weinig spontaniteit, veel somberheid en zwaarheid en inderdaad heel veel echt dikke mensen.... Is dat de tol van de Belgische identiteitscrisis van de verscheurdheid? Genoeg tijd om dit te onderzoeken want we blijven, door de harde wind ruim 2 dagen, Raymond van het Groenewoud spookt door onze hoofden en ik denk iets te begrijpen van Vlaanderen buiten waar de vogeltjes fluiten, waar de mensen belangrijk zijn en de buiken omvangrijk zijn........ hoe langer wij blijven hoe stouter wij worden; de depressiviteit om ons heen werkt als een soort uitdaging. Met Remmelt, die het voortouw neemt, ontstaan spontaan acts in de supermarkt, op straat en ziedaar zelfs de Oostendenaren kunnen lachen ook al begrijpen ze geen suikerbiet van dit gekke Holland-Duitsland. Tja en de douane, zelfs in België hebben ze douane die jachten controleren. Gelukkig op de belgien way of live en dat gaat als volgt : Mevrouw ik wilde eigenlijk de buurman controleren maar die is niet aanwezig op zijn schip, mag ik dan maar u controleren? En wat zegt dat onbeleefde Nederlands–Duits stel? Doet u maar niet mijnheer, wij zijn al gecontroleerd en bovendien op weg naar het kunstmuseum alvorens dat gaat sluiten. Mevrouw dan kom ik morgen wel terug. Ja doet u dat en een fijne dag.
De wind wordt minder en wij gaan voor de laatste etappe naar huis, maar zoals al zo vaak is het hollen of stilstaan; en nu staan wij stil, want de wind is in plaats van minder hard, gewoon helemaal gaan liggen. Dus dobberen wij, als speelbal van de golven en komen zelfs met de genneaker niet verder. Mijn plan om de scheepvaartroute bij de maasvlakte met daglicht te passeren valt in duigen. Dit wordt nachtwerk. Het oversteken van de maasgeul vergelijk ik soms met een slak die bezig is de A4 tijdens de spits over te steken, zoveel verkeer dat Rotterdam in en uit vaart. Gelukkig heb je de verkeerstoren waar je je moet melden, en, als het erg druk is, dan willen die jongens je nog weleens begeleiden en dat is wel zo handig. Dan krijg je b.v.b te horen: laat eerst nog even dat tankertje uitlopen, vlak daar achter zit nog een containerscheepje en dan kun je gaan. Tja dan komt zo'n gevaarte van wel 300 meter, daar wil je echt niet voor zitten. Jullie begrijpen ik ben blij met de mannen op de verkeerstoren.
Wij checken de boeien met de nieuwe, aktuele Reeds en alles ligt nog zoals in mijn zeekaart staat vermeld. Omdat ze daar aan de 2de maasvlakte bezig zijn is het oppassen geblazen. Aanvaart uit het boekje, de westkardinale op steenworp afstand gerond, het is aardedonker, op naar de Noorderboei die daar met haar flikkerlicht schijnt. Wij roepen, zoals dat hoort de verkeerstoren op en krijgen te horen dat we hard bakboord uit moeten, omdat wij anders vastlopen..! Ik aarzel een seconde, wat is hier aan de hand? Remmelt checkt voor de zoveelste keer de positie, alles klopt, ik hoor opeens de branding; bakboord uit. Wel een mijl zeilen wij bakboord uit alvorens wij kunnen oversteken....... Ik ben boos, trillerig, voel me onmachtig.... en wat blijkt ..... er wordt hier zand opgespoten, nieuwe boeien zijn geplaatst maar de oude hebben ze gewoon laten staan. Er is wel een bericht voor de scheepvaart uit gegaan en op de website van de haven van Rotterdam is een vermelding en een extra blad voor de nederlandse kustkaart is ook gedrukt .... tja maar een vermelding in de Reeds, de bijbel voor iedereen die op zee vaart, dat zijn de heren zeker vergeten of is dat te internationaal?
Wij zijn net overgestoken en wat hoor ik op de marifoon, het volgende jacht schrikt zich ook te pletter omdat ze natuurlijk dezelfde route hebben gevaren als wij....
Ik ben de hele nacht van slag, gelukkig waait het nu stevig uit het oosten en dat betekent feest op zee, als je langs de nederlandse kust zeilt. Geen golven, echt vlakke zee, een heldere hemel met oneindig veel sterren, indrukwekkende industrie, ...... en een schip dat begint te zingen, te trillen van plezier, dat haar vleugels uitslaat en dan, dan gaat de Rode Zora vliegen. Met onbeschrijfelijke snelheid gaat ze vliegen; en wie haar ooit heeft zien vliegen, dat wonderschone rode schip; vliegend met harde oostenwind die wil niets anders meer dan zingend en dansend meevliegen. En als dan de zon bloedrood, haast triomfantelijk met het rood van de hoogovens wedijvert en het onduidelijk is wie de lucht het mooist kleurt; dan wordt je stil; stil van binnen en krijg ik tranen in mijn ogen, tranen van ontroering.